Manon Uphoff (1962) debuteerde in 1995 met de verhalenbundel Begeerte, die werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs. Haar eerste roman Gemis (1997), een scherp portret van een pubermeisje, werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs. Ook de bundels De fluwelen machine (1998), Hij zegt dat ik niet dansen kan (2000) en Alle verhalen (2003) werden door de kritiek lovend ontvangen. Uphoff schreef twee novellen getiteld De vanger - genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2003 - en De bastaard, die de eerste twee delen vormen van een drieluik. In oktober 2005 verscheen haar eerste boek bij De Bezige Bij, Koudvuur. In 2007 verscheen de verzamelbundel Schaduwvlammen met daarin alle verhalen tot nu toe en enkele verhalen die eerder in tijdschriften, bloemlezingen en periodieken verschenen.

Manon Uphoff groeide op in een groot en arm gezin in Utrecht. Bijna alle kinderen ontwikkelden neuroses en fobieŽn. Al vroeg begon Manon Uphoff met tekenen en schrijven. Vooral gruweltekeningen en gruwelschetsen. De wond is haar allereerste verhaal.

Manon Uphoff bezocht een aantal jaren het Bonifatius College in Utrecht, maar werd daar na ernstig wangedrag en veelvuldig spijbelen weggestuurd. Ook in Nieuwegein hield ze het op school niet vol. Ze verhuisde naar Groningen, mede vanwege het feit dat zij ernstig aan anorexia leed. Nadat ze vergeefs had geprobeerd tot de kunstacademie te worden toegelaten, keerde ze terug naar Nieuwegein en maakte haar middelbare school af. Vanaf haar zestiende woonde Manon 'op kamers'. Ze volgde het eerste jaar van de Hogeschool voor de Kunsten maar maakte die opleiding niet af. Daarna volgde ze aan de lerarenopleiding aan de Utrechtse Hogeschool de vakken Nederlands, Engels en Tekenen. In 1987 ging ze aan de Universiteit Utrecht literatuurwetenschap studeren. In hetzelfde jaar werd haar eerste en enige dochter geboren, Iris.

Haar eerste stap in de literatuur was de publicatie van het fameuze verhaal Poep in 1994 in het literaire tijdschrift De tweede ronde. Een jaar later, in 1995, verscheen haar debuut, de verhalenbundel Begeerte, bij Uitgeverij Podium. Deze bundel werd zeer enthousiast onthaald en werd genomineerd voor de AKO Literatuurprijs.

Het oeuvre van Uphoff wordt gekenmerkt door een grote beeldende kracht. Haar zinnen zijn scherp, mooi en plastisch. Vaak hebben haar verhalen iets sprookjesachtigs, al blijken het, naarmate de verhalen vorderen, steevast boze sprookjes. Haar allereerste verhaal, De wond vormt daarvan al het bewijs. Uphoffs literaire universum is, net als dat van Willem Frederik Hermans, 'sadistisch'. Betoverend, maar gevaarlijk. Helder en duister tegelijk. De verhalen van Uphoff verschillen daarin niet van de romans, die overwegend autobiografisch zijn geÔnspireerd.

Honger is gebaseerd op de volgende verhalen uit Schaduwvlammen:

- Palingen en Preken
- Vlees
- Blikman en Sartorius
- Poep
- Een

Zie verder: manonuphoff.nl

'Wat heeft de eerste amoebe ertoe gedreven zich te splitsen? Voelde hij zich alleen? Of was het overmoed? Hoogmoedswaanzin? Waarom is hij niet rustig blijven ronddobberen in een soort van oersoep?'